Nederlandse naam Bergparkiet
Latijnse naam Polytelis anthopeplus
Verspreiding In het zuidoosten en in het zuidwesten van Australië
Zoals je ziet ver van elkaar gelegen plaatsen.

Grootte

Gewichten

Ringmaat

40 centimeter

man 170 gram, pop 175 gram

6 mm

Geslachtsonderscheid De hoofdkleur van de man is geel, die van de pop olijfgroen.
De mannelijke vogels uit het zuidwesten zijn in het algemeen minder geel dan die uit het zuidoosten. Ook in het zuidwesten zijn echter wel exemplaren gezien die niet onderdeden voor die uit het zuidoosten . Er heerst dan ook de nodige twijfel of er wel sprake is van een aparte ondersoort. De poppen zijn in beide gebieden gelijk.
Jonge mannen en poppen zijn meestal moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Verder kunnen ze rond een maand of acht al wat geler worden.
Dit gaat door tot ze volledig op kleur zijn op een leeftijd van veertien tot achttien maanden.
Bergparkieten zijn in de natuur evenals de andere leden van dit geslacht aan het eind van hun levensjaar geslachtsrijp. In de voliëre is het niet meer ongewoon dat eenjarige poppen al eieren leggen. Deze zijn echter vrijwel nooit bevrucht als de man even oud is.
Als die twee jaar of ouder is kunnen er wel jongen worden geboren.
Sociale eigenschappen Het postuur van een bergparkiet kan wel eens uiteen lopen.
Sommige vogels maken een al plompe indruk. Terwijl ander bijzonder sierlijk zijn. Ze zijn met uitzondering van 's-morgens en 's-avonds niet altijd even actief.
De vogels baden in niet in stilstaand water, en zijn daarmee dus afhankelijk van regen. Ze vragen om een ren van minstens vier meter.
De pop is in het algemeen de baas, ze is echter niet agressief, waardoor er in dat opzicht eigenlijk nooit problemen zijn. 's-Nachts slapen ze in bomen langs de oever van waterlopen. Overdag vertonen ze het gedrag dat van veel parkieten in de natuur bekend is. 's-morgens voedsel zoeken, overdag rusten in de beschutting van bomen of dicht struikgewas bij het voedselgebied, tegen de avond weer voedsel opnemen en dan vertrekken naar de slaapplaatsen, waar ze eerst nog weer drinken.
Geschikte behuizing Bergparkieten vliegen graag van stok tot stok en alleen daarom al zou de voliére langer moeten zijn dan hoog en beslist erg ruim. In een kooi horen deze vogels niet thuis en dat geldt ook voor te kleine kamervoliéres of voliéres die hoger zijn dan lang. De breedte doet er niet zo toe, 1 meter is prima, als de dieren maar in de lengte de kans krijgen hun vleugels uit te slaan. Het draadwerk moet zeer stevig zijn.
Omgevingstemperatuur Bergparkieten zijn sterke vogels die in de winter geen verwarmd binnenverblijf nodig hebben. Een tocht-, vocht- en vorstvrij nachthok is echter wel noodzakelijk.
Voedsel U geeft de vogels als basis een zaadmengsel voor ( grote ) parkieten. Daarnaast lusten de deze vogels graag zo nu en dan eucalyptus en acaciazaden, vruchten, en daarnaast de zaden van verschillende grassen en onkruiden, bessen, noten, bladknoppen, bloesems en groen.
Ze brengen hiervoor veel tijd op de grond door.
Activiteiten
Kweek Er bestaat een duidelijk voorkeur voor een holte in een eucalyptus langs en waterloop. Dit kan zowel een dode als een levende boom zijn. Het is niet ongewoon dat er meerdere paren bij elkaar in de buurt nestelen. Er wordt zelfs wel een aantal nesten in 1 boom gevonden. De ingang van een nest ligt soms wel 12 meter hoog, en de eieren kunnen tot 5 meter daaronder liggen. De paren keren gewoonlijk elk jaar naar hetzelfde nest terug.
Voor ons is een hangend blok van 60 cm voldoende, met een bodemoppervlakte van 20 x 20 cm. De doorsnee van het invlieggat moet ongeveer 5,5 cm zijn.
Het is kenmerkend voor de bergparkiet dat de pop al vroeg in het jaar bij de man bedelt om te worden gevoerd. Ook gaat ze dan vaak al in de paarhouding op de stok zitten.
Het komt wel voor dat de man op dat moment nog niet broedrijp is en totaal geen aandacht aan de pop besteedt. De pop gaat echter al wel vaak leggen, waardoor onbevruchte eieren nog wel voor komen. Als die tijdig worden weggenomen is de kans op een tweede legsel en bevruchte eieren vrij groot.
Tijdens het broeden wordt de pop veelal buiten het blok door de man gevoerd. Als de jongen zijn geboren zorgt zij er de eerste twee weken zelf voor, daarna gaan ook de mannen wel mee het blok in om te voeren.
Dit gaat door tot de jongen ongeveer vijfendertig dagen oud zijn en de vrijheid zoeken, ze worden dan nog minstens drie weken door hun ouders bijgevoerd. Ze kunnen ook daarna in beginsel rustig bij elkaar blijven, als de ouders echter aanstalten maken voor een tweede ronde is het niet verkeerd de jongen te verwijderen, omdat ze nog lange tijd om voedsel blijven bedelen en daarmee de aandacht voor het nest onnodig afleiden.
Eitjes De drie tot zes eieren worden ongeveer twintig dagen door de pop bebroed. Dat er hierop wel een uitzonderingen zijn bleek bij een Duitse kweker, die bij een pop van tien bevruchte tien jongen op stok kreeg.
Mutaties
Bijzonderheden Het postuur van een bergparkiet kan wel eens aardig uiteen lopen. Sommige vogels maken een wat plompe indruk, terwijl andere bijzonder sierlijk zijn. Bergparkieten zijn vrij rustige vogels die zich door alle lagen van de voliëre begeven. Ze zijn ook veel op de bodem te vinden, waar ze een deel van hun kostje bij elkaar scharrelen. Ze knagen graag.
Bronnen www.herballake.nl