Nederlandse naam Prinses van Walesparkiet
Latijnse naam Polytelis Alexandrae
Verspreiding Prinses van Wales parkieten leven in het minst bevolkte gebied van midden Australië. Ze leven veelal in kleine groepjes en kunnen, doordat ze afhankelijk zijn van water, enorme afstanden afleggen. Juist door hun nomadisch bestaan is het niet verwonderlijk dat deze parkiet als laatste van de familie polytelis is ontdekt. Ze leven veel op de grond waar ze op zoek zijn naar de zaden van spinifex. Van deze droge taaie grassen komen er 3 soorten voor in Australië.  Dat ze vrij veel op de grond vertoeven is ook waar te nemen in onze volière. Dit maakt hun, zeker wanneer de volière niet overdekt is, gevoelig voor worminfecties. Het is daarom aan te bevelen om de vogels regelmatig te controleren op wormen en 1 á 2 keer per jaar preventief een wormkuur te geven.

Grootte

Gewichten

Ringmaat

 

 

 

Geslachtsonderscheid Wat betreft het geslachtsonderscheid tussen beide vogels kan gesteld worden dat de pop in het algemeen wat matter van kleur is dan de man. Verder is de staart bij de pop, zoals reeds eerder opgemerkt, doorgaans korter. Met name geldt dit voor de middelste staartveren. De (derde) grote slagpen van de beide vleugels zijn bij de man aan het eind voorzien van zgn. spatulae, een soort van smalle verlengstukjes. Deze ontbreken bij de pop. Verder heeft de pop een minder rode snavel als de man. Omdat jonge vogels sterk lijken op de pop zijn ze moeilijk te seksen. Om zeker te zijn van het geslacht kan daarom het beste gewacht worden op de jeugdrui.

Man: De schedel van de man en omgeving van de ogen is zacht zeeblauw. De achterzijde van de kop, nek, schouders en rug is geelgroen. De stuit violet. De borst, de keel en een  gedeelte van de wangen is rozerood. Aan de onderzijde is de man licht geelgroen, net als de vleugels. Verder is de geelgroene staart blauwgroen gebandeerd. De uiteinde van de staart is wit. De ogen zijn licht oranje met een rode ring, de snavel is rood en de poten bruin.

Pop: Bij de pop is de blauwe kleur van de kop meer grijsblauw. Verder zijn de middelste staartveren bij de pop duidelijk korter dan bij de man. Deze veren zijn van binnen rood en zwart omzoomd. De snavel is bij de pop (duidelijk) minder rood van kleur als bij de man. De ogen zijn donker en de stuit is minder violet als bij de man.

De jongen lijken op de pop. 

De polytelis Alexandrae, zoals de wetenschappelijke naam van de prinses van Wales parkiet luidt, behoort tot het geslacht polytelis (=prachtparkieten) en telt drie soorten, te weten de barraband-, de berg- en de prinses van Wales parkiet. Met zijn prachtige pastelkleuren van rozerood, violet,  geelgroen en olijfgroen is de prinses van Wales parkiet een waar genot voor het oog en een juweeltje in elke volière.
Sociale eigenschappen De Prinses van Wales parkiet is rond 1870 ontdekt door de befaamde ornitholoog Frederik Waterhouse. Deze zag in de droge binnenlanden van Australië een zwerm van deze wonderschone parkieten vliegen en schoot 2 exemplaren dood (!) om te kunnen bepalen hoe de vogel er precies uit zag. Pas in 1883 is het John Gould die de vogel beschrijft en hem noemt naar prinses Alexandra van Denemarken. Deze prinses werd in 1844 in Kopenhagen geboren en trouwde in 1863 met Albert Edward, de prins van Wales. Alexandra werd zodoende “prinses van Wales”, waarmee de Nederlandse benaming direct verklaard is.

De prinses van Wales parkiet is een zeer rustige vogel, die overdag veel slaapt. In een ruime volière kunnen ze gemakkelijk met andere vogels gehouden worden. Echter enige terughoudendheid geboden met barraband- en bergparkieten. Onenigheid met de grasparkieten heb ik nooit kunnen waarnemen maar met de barrabandparkieten is er regelmatig wat onenigheid, waarbij het initiatief trouwens altijd uit gaat van de barrabandparkieten. Met onenigheid bedoel ik hier bijvoorbeeld het in elkaars poten proberen te bijten. Dubbel gaas,  is hiervoor de oplossing. Verder is mij bekend dat er kwekers zijn die met meerdere stellen ‘prinsessen’ kweken in één vlucht, zonder dat dit ooit tot problemen heeft geleid. Iets geheel anders is de lokroep van de man. Deze wordt door menig liefhebber als storend ervaren. Als de man broedrijp is, is hij namelijk in staat deze lokroep heel lang, tot wel 15 minuten achtereen, vol te houden. Als hij gedurende enkele minuten even zijn snavel houdt en dan opnieuw begint dan kunt u begrijpen dat sommige liefhebbers hier toch met gemengde gevoelens naar luisteren.

Geschikte behuizing Onderkomen van 3.00 m. lang, 1.00 m. breed, 2.00 m. hoog en aangrenzend nachthok van 0.85 m. hoog, 1.10 m. breed en 0.75 m. diep. Een broedblok met een afmeting van 25 x 25 x 52 (lxbxh) met een invlieggat van 6 cm..
Omgevingstemperatuur  
Voedsel De voeding van mijn ‘prinsessen’ bestaat uit een zaadmengsel voor grote parkieten waaraan door mij onkruidzaad en zonnebloempitten zijn toegevoegd. De verhouding die ik hanteer is 5 delen grote parkietenzaad, 1 deel onkruidzaad en 1 deel zonnebloempitten. Naast dit zaadmengsel krijgen de vogels elke dag een mengsel van kiemzaad en eivoer. Ik geef dit in een verhouding van 4 delen kiemzaad (droog!) en 5 delen eivoer. Nadat het kiemzaad is geweekt meng ik hier het eivoer doorheen. Twee keer per week meng ik , ondanks dat de vogels er ook vrij over kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het  kiemzaad. Natuurlijk krijgen ze ook regelmatig wat fruit en groenvoer. Ook verstrek ik 2 keer per week een snee witbrood. Vooral als er jongen zijn wordt hier graag van gegeten. De vogels, ook de jongen, doen het op deze voeding prima. Oh ja, regelmatig ga ik in de zomer op zoek naar (onbespoten) gras- en onkruidzaden. Deze worden met een heggenschaar geknipt en in grote bossen  neergehangen in de volière. Het is een genot om te zien hoeveel plezier je hier de vogels mee doet.
Activiteiten  
Kweek In het algemeen kan gesteld worden dat de poppen na 1 jaar geslachtsrijp zijn en de mannetjes na 2 jaar.  In Australië broeden ze over het algemeen van september tot in januari maar een echte vaste broedtijd is er eigenlijk niet. Pas wanneer er door regenval voldoende rijpende graszaden aanwezig zijn voor de jongen worden nestholtes in hoge dikke takken van eucalyptusbomen betrokken en voltrekt zich het broedproces.  
Eitjes De pop legt gewoonlijk 4-6 witte eieren, die in ca. 21 dagen worden uitgebroed. Na ca. 35 dagen vliegen de jongen uit, waarna ze nog enkele weken door de ouders worden gevoerd. Na ongeveer 18 maanden zijn de jongen volledig op kleur. 
Mutaties Van de prinses van Wales parkiet kennen we inmiddels een blauwe, een lutino en een albino mutatie. De eerste blauwe prinses van Wales parkiet werd in 1951gekweekt door de heer G. Ruddle uit Zuid Afrika. In 1958 verschijnen de eerste blauwe ‘prinsessen’ in Nederland. De eerste lutino werd in 1975 gekweekt door een zekere D. Meyer uit Halle in Duitsland. Helaas kon ik in de literatuur niet achterhalen wanneer en door wie de eerste albino is gekweekt. Zowel de blauwe, de lutino als de albino vererven autosomaal recessief. In dit geval dus ook de ino-factor,  die bij veel andere vogels geslachtsgebonden vererft!
Bijzonderheden Met betrekking tot storingen in  het broedproces van de prinses van Wales parkiet worden de volgende klachten vaak gehoord:

  • pop legt wel eieren maar gaat niet over tot broeden;

  • pop legt aanhoudend eieren maar gaat niet over tot broeden;

  • de eieren in het nest worden kapot gemaakt.

Naast de oplossing van het ophangen van een schuin broedblok las ik met betrekking tot het laatste punt ooit het volgende. Bij een kweker van prinses van Wales parkieten waren er steeds een aantal broedparen die de eieren kapot maakten. Door observatie kwam de kweker er achter dat het steeds de man(nen) waren die de eieren kapot maakten. Ook bleken het juist de stellen te zijn waarvan de poppen het minst vast op de eieren zaten. Doordat deze poppen naarmate ze langer aan het broeden waren vaster op de eieren gingen zitten, viel het op dat de laatst gelegde eieren (4 – 5e ei) meestal heel bleven. Uiteindelijk bleek de oplossing gelegen in een kleiner invlieggat! Doordat de poppen veelal kleiner zijn dan de mannen is het goed om het invlieggat zo groot te maken dat de pop zich er als het ware door heen moet wringen. Op deze manier zal het heel moeilijk zijn (zo niet onmogelijk) voor de man om het nestblok binnen te komen. Gevolg hiervan is dat hij geen kans meer heeft om de eieren kapot te maken.

Bronnen www.vogelproblemen.nl