Nederlandse naam Roodvleugel
Latijnse naam Aprosmictus erythropterus
Verspreiding Vooral in Noord Australië en Noord Oost Australië.
Er bestaat een voorkeur voor een open landschap met eucalyptusbomen en acaciastruiken en voor bomen langs waterlopen. Roodvleugels zijn vooral boombewoners; ze komen weinig naar de grond en bevinden zich zelden ver van water. In hun verspreidingsgebied zijn het algemeen voorkomende vogels. Ze houden zich op in paren of gezinsgroepen, hoewel buiten broedseizoen wel groepen van vijftien tot twintig exemplaren worden gesignaleerd. Ze laten zich dicht benaderen.

Grootte

Gewichten

Ongeveer 32 tot 35 centimeter

man 120-146 gram, pop 149 gram

Geslachtsonderscheid De mannetjes van deze soort zijn duidelijk herkenbaar aan hun fellere kleuren en scherpere aftekeningen. Met name de kop is intensiever en ze hebben meer en feller rood op de vleugels, en zijn zwarte rug.
Hun geslacht zou kunnen worden herkend aan de stuitkleur: die kan bij de man intensiever blauw zijn. Meer zekerheid kan pas worden verkregen op een leeftijd van achttien maanden of meer: dan kunnen de eerste zwarte veertjes op de rug van de man doorkomen.
Sociale eigenschappen Roodvleugel parkieten zijn niet de sociaalste vogels.
U kunt ze het beste per koppel in een aparte vlucht houden.
Vooral in de kweekperiode zijn de mannen erg onverdraagzaam tot agressief ten opzichte van andere vogels.
Geschikte behuizing Deze soort kan het beste in een ruime vlucht gehouden worden, die niet breed hoeft te zijn, maar wel lang. De vogels vliegen graag en moeten hier de kans voor krijgen. Het zijn geen echte slopers. Aanplanting wordt doorgaans met rust gelaten.
Omgevingstemperatuur: Roodvleugel parkieten zijn taaie vogels die zich uitstekend hebben aangepast aan het leven in een gematigd klimaat. Wanneer ze de beschikking hebben over een tocht-, vorst- en vochtvrij nachthok hoeft u in koude jaargetijden in principe geen problemen te verwachten; verwarming is zelden nodig.
Omgevingstemperatuur In vergelijking met ander Australische parkieten hebben ze vrij snel last van bevroren tenen, waardoor er nog wel eens een nagel of een stukje teen verdwijnt. Bij een sterkere vorst moeten ze dus in ieder geval niet de nacht in een open voliére doorbrengen.
Voedsel Als basis kan een goed zaadmengsel voor grote parkieten gegeven worden, aangevuld met een weinig fruit, bessen, bloesems, insecten en krachtvoer. Zoals alle zaadeters moeten de dieren naar behoefte maagkiezel en grit kunnen opnemen.
Activiteiten Deze vogels komen niet of nauwelijks op de bodem van de voliére. Ze vliegen graag. Roodvleugel parkieten zijn geen slopers.
Kweek Wilt u graag wat nakweek van deze vogels, dan is het van belang een paartje aan te schaffen waartussen het klikt. Roodvleugel parkieten zijn doorgaans kieskeurig ten aanzien van hun huwelijkspartner.
Geslachtsrijpheid treedt bij mannetjes pas op wanneer ze twee- en half tot drie jaar oud zijn. Vrouwtjes kunnen al wat eerder voor nageslacht zorgen.
Ze hebben een voorkeur voor een uitgeholde boomstam als broedblok.
De binnenmaat ervan moet een doorsnee van minsten 20 centimeter hebben.
De vogels hebben een voorkeur voor een diep blok; 1 meter of nog dieper is ideaal. Een goede diameter voor het invlieggat is ongeveer 10 centimeter. Roodvleugel parkieten maken geen nest. Wanneer u wat vermolmd hout op de bodem van het broedblok legt. Zullen de dieren dit in fijne stukjes knagen en als onderlaag voor de eieren gebruiken.
Eitjes Het gemiddelde aantal eitjes bedraagt 2 tot 4 stuks. Ze worden uitsluitend door het vrouwtje in ongeveer 18 dagen uitgebroed. Nadat de jongen zijn uitgekomen worden ze, totdat ze uitvliegen na ongeveer vijf tot zes weken, uitsluitend door het vrouwtje gevoerd. Daarna springt het mannetje haar bij.
Een maand na het uitvliegen kunnen de jongen doorgaans voor zichzelf zorgen.
De jonge dieren lijken met betrekking tot hun kleur veel op hun moeder.
Het kan twee jaar of langer duren totdat ze volledig op kleur zijn.
Mutaties
Er bestaat een geelbonte roodvleugel parkiet.
Het geel van de vogel breidt zich met elke rui verder uit op zijn vleugel.
Bijzonderheden Deze vogels kunnen bij goede verzorging erg oud worden, ouder dan dertig jaar is geen uitzondering. Roodvleugels zijn gevoelig voor vorst.
Ze kunnen vrij vroeg in de rui vallen, vaak al eerder dan de meeste andere soorten. Ze worden niet zo aanhankelijk als we dat van de koningsparkiet kennen.
Bronnen www.herballake.nl